Verheugen

Er zijn van die dingen waar je je ontzettend op kunt verheugen. Oh sorry, op etensgebied natuurlijk. Nou ben ik een eetliefhebber, en dus mag het heel culinair zijn. Maar op zijn tijd is pizza ook geweldig. Of dat ding met die gele M, waar je een burger met gesmolten kaas naar binnen kunt schrokken, om je vervolgens enorm schuldig te voelen.

Maar goed, geneugtes kunnen simpel en culinair zijn. Zo verheug ik me op het eten bij de Librije. Gaat het dan toch echt gebeuren? Hoe “smullen” zal dat zijn, of valt het tegen? Zou ik mijn eten mogen fotograferen, of is dat stom? Is Jonnie Boer zo’n kok die perse het pallet zoet, zuur, zout, bitter wil handhaven en daarmee krampachtig zijn Michelinsterrenstatus vasthoudt?

Een andere activiteit die op stapel staat, is een weekendje naar Engeland met de Stenaline. U kent het wel, dat studentikoze van een dag in Londen en dan de boot weer op naar huis. De laatste keer dat ik dat op die manier deed, is meer dan tien jaar terug, toen ik nog niets verdiende en wij echt op budget daar heen gingen. Leuk, varen! Mijn broer had kipschnitzel met frietjes aan boord, weet ik nog. En het was stormachtig, weet ik ook nog. Broerlief heeft daar niet zoveel mee. En dus pikte ik de frietjes, terwijl hij kotsmisselijk overwoog om in onze hut te gaan liggen. Hoe zou het tegenwoordig zijn met de stabilisatoren, maar bovenal met het voedsel, vraag ik me af? Beter dan droge kip en vette frites op een Eftelings schommelschip?

Ik mag terug naar Da Braccini. Me weken, nee, maandenlang op verheugd. Blijkt de vrouwelijke chef er zelf niet te zijn. Zou de keuken net zo goed (lees: onverslaanbaar) zijn?

En dan het laatste waar ik naar uitkeek. Sociëteit de Witte. Dat is zo’n club waar je niet binnenkomt zonder introductie door drie bestaande leden en een ballotagecommisie. Nou moet ik voorzichtig zijn, want de introductie heb ik gehad, maar de ballotage ben ik nog niet door.

De Witte is een Haags instituut waar je jaren langs loopt, je afvragend wat al die deftige dames en heren daar doen. Als een soort “meisje met de zwavelstokjes” sta je naar binnen te kijken. Naar het rode fluweel, de rijke kroonluchters, de mooi gedekte tafels achter het raam. Als je daar toch eens naar binnen kon…

Welnu, het is zover. Ik mag naar binnen, als kandidaat. De Witte is in 1804 opgericht voor “Geoorloofde Uithuizigheid”. Dat vind ik erg grappig, want ik ben anders per definitie ongeoorloofd uit huis. Is toch fijn als een Haags instituut je doen en laten legitimeert. (De ballotage, MissHoef, denk aan de ballotage!) De keuken staat als zeer goed bekend, dus ik ben benieuwd. Ik meldde mij aan voor een “winters diner” en ook hier vroeg ik mij af of ik mijn eten mocht fotograferen. Nee, denk ik.

Hoewel… veel mensen vergapen zich op het Scheveningse strand aan het bekende “paviljoen De Witte”. Daar mag je alleen in als je lid bent en er is natuurlijk een dress code: netjes gekleed. Geen spijkerbroek enzo. Altijd al eens willen kijken? U kunt zich bij me inschrijven hoor, wel zelf betalen. Dat wel.

Maar goed, wat kun je eten als je eenmaal binnen bent? Toast met kroket! Nouja! Als dat kan… dan kan ik mijn eten toch zeker voor jullie op de kiek zetten?

Nou nee hoor. De Witte is leuk, maar nog steeds heel chic en wat minder hip. Ze kijken al op als je een smartphone uit je tas haalt. “Kijk nou! Zij heeft geen pen meer nodig, wat handig zeg!” Oh mijn hemel…

De bevestiging begon met gedenken dat Lodewijk de 16e in 1793 onder de guillotine is gekomen. Dat heeft een liberaal-rood tintje. Natuurlijk verwacht je dan een aangepast dessert: in tweeën gehakte parfait met rode-bessensaus leek me wel toepasselijk. Moelleux au Chocolat met een vulling van verse warme aardbeiensaus. Dat als je het open snijdt, dat er figuurlijk bloed uit vloeit. Clafoutis met afgehakte lange vingers en bloedsinaasappels. Ik bedoel, we hebben het hier over verheugen, he? Dan maak je je wat voorstellingen. Bal-lo-ta-ge… MissHoefje, hoe vaak moet ik het nog zeggen!!

Nou, dat werd het niet helemaal. Maar toch was het prima te eten.

Laten we het er op houden dat Lodewijk de 16e wat witjes zag, toen hij werd onthoofd.

Op naar het volgende project. Bietjes eten bij een vriendinnetje. Zij noemde het “kroten”. Duurde een halve dag voor ik doorhad wat we gingen eten. Desalniettemin: Ook lekker. En bloederig. Zo hoort het.

Posted in Blog | Comments Off on Verheugen

Dwars – Kip Jambalaya

Ik heb vermoedelijk nogal wat onverwerkte jeugdtrauma’s. Niet dat het me dwars zit, maar nu ik er zo over nadenk… Wij hadden het vroeger door omstandigheden niet breed. Dus mijn moeder speurde alle supermarkten af naar aanbiedingen. Iets waar we haar vroeger nog al mee plaagden:
“Wat eten we?”
“Spitskool!”
“Gatsie! Zeker in de aanbieding.”

Op een of andere manier heb ik het toch overgenomen. Sterker, ook al is het niet meer nodig, toch speur ik de supermarktstellingen af naar aanbiedingen. Wat er beschikbaar is, dat eet ik. Ik maak er zelfs een sport van. Meestal eindigt die sport overigens in roerbakgroenten met rijst, pasta, vlees of kip. Albert Heijn koopt standaard te veel roerbakgroenten in. Dat betekent dat ik hoe dan ook eindig met Chinese-, Japanse-, Italiaanse-, Hollandse of Champignonmix. Best gevarieerd, toch?

Daarnaast merk ik dat ik een steeds fanatiekere kookliefhebber word. Dit lijkt tegengesteld aan de roerbakschotels. Het gaat hier echter niet om mijn eigen dagelijkse maaltijd, maar om wat ik anderen kan voorzetten.
Inmiddels staan de kookboeken hoog opgestapeld in het keukenraam en heb ik een abonnement op Elle Eten en Jamie’s magazine. Natuurlijk worden kranten uitgeplozen op het dagmenu en de Allerhandes liggen in jaartallen in de bladenmand. Tijd om ergens te stoppen, zou je zeggen, maar dat kan ik niet. Noem het een soort verzamelwoede. Dus toen er een leuk abonnement van Foodies langskwam, kon ik het niet laten. Ik sprak mezelf streng toe:
“Allemaal leuk en aardig, Miss Hoefje, maar dan ga je er ook daadwerkelijk iets uit maken! Verplicht drie recepten, ook voor jezelf! Weg met de roerbakschotels!”

Okee.
Mix een aanbiedingenfetisj met een recept uit de Foodies, wat krijg je dan?
Dat is de test voor vandaag. Het recept is Kip Jambalaya. De originele ingredienten:
– 500 gram kip, in blokjes
– 2 groene pepers (ik ben snotverkouden, dus denk je dat ik pepers ga hakken? No way. Alternatief: rode peperpasta in een tube van de Appie )
– 250 gram sperziebonen (in de aanbieding bij de AH, dus goed)
– 1 rode ui
– 2 teentjes knoflook
– 1 bouillonblokje kip
– 250 mililiter gezeefde tomaten
– 200 gram basmatirijst (helaas, ik heb witte “beutelreis” van de Duitse Aldi in grote hoeveelheden in huis – was goedkoop, dus dat wordt het. Moet kunnen).
– peper, zout en 2 eetlepels olie

Ik heb er dus even niet bij nagedacht dat ik de rode ui moet snijden.
Drama. Ik ben amper begonnen en kan nu al janken om mijn eigen gerecht.
Heel fijn.

Daarnaast maak ik me lichte zorgen. Dit is een recept voor vier, maar ik vind 250 gram sperziebonen wat weinig. Zestig gram groenten per persoon? Geen wonder dat ik verkouden ben, zo lukken de vitamientjes toch nooit? Wat was er ook al weer mis met de roerbakgerechten, waar fors groente in gaat? Ik besluit er een pot doperwten bij te gooien (aanbieding C1000). Dan de gezeefde tomaten maar iets meer ook, voor de saus. 400 gram.

Allez. Men snijde de kip in blokjes. Heb overigens ooit gehoord dat een gezin de kip knipte. Dus niet sneed. Kan best. Wel een schaar apart daarvoor bewaren en denk aan het besmettingsgevaar, goed schoonmaken dus!

Take two.

Knip de kip (heheh). Peper en zout naar smaak er over.
Pepers wassen en in ringen snijden.
Pel en snipper de knoflookteentjes en de ui.
Verhit de olie in een braad- of hapjespan en bak de kip zo’n vier minuten bruin. Dan de ui, knoflook en de pepers erbij en nog twee minuten bakken.

Daarna voeg je de rijst, de gezeefde tomaten, het kipbouillonblokje en 250 ml water toe, even roeren en dan 20-25 minuten rustig laten garen.

Maak de sperziebonen schoon (of koop ze gewassen en al in versverpakking bij de supermarkt) en snijd ze in stukken. Ca. 5 minuten voor het einde van de kooktijd toevoegen. Indien nodig het gerecht nogmaals op smaak brengen met zout en peper.

Variant Miss Hoefje:
Oh, dat staat er niet bij: blijven roeren af en toe, net als paella dikt het langzaam in. Ik heb gezien de verhoudingen er 400 ml water bijgegooid, naast 400 ml gezeefde tomaat. Dat ‘rustig laten garen’, neem er de tijd voor – vooral als je, net als ik, elektrisch kookt. Dat gaat best hard, dus zet ‘m laag. Ik heb de laatste tien minuten de boontjes er al bijgegooid, de erwtjes konden de laatste minuut. Even meewarmen.

Conclusie: prima geslaagd! Dwars zijn kan best. Ook voegt de rode peperpasta een lekker pittig smaakje toe, het oogt alleen niet zo mooi. Dat wordt weer goedgemaakt door extra groene erwtjes.

Bereidingstijd 30 minuten
Calorieën: ca 530 pp.

Ik vraag me alleen een ding af… hoe kan het toch dat ik altijd de dubbele tijd kwijt ben aan bereiding? Ik faal… ik ben een miezerige kok *knipoog*

Posted in Blog, Recepten - Hoofdgerecht | Comments Off on Dwars – Kip Jambalaya

“Kan ik er wat aan doen?” Da Braccini

Als kind was ik kennelijk vrij onhandig. Of gewoon ongeduldig, dat kan ook. In ieder geval ging er regelmatig wat mis. Bril kwijt, nieuwe rok gescheurd op de glijbaan, deur iets te hard dichtgeslagen, dus lag het glas er spontaan uit. En steevast kwam dan mijn hulpeloze antwoord: “Kan ik er wat aan doen?!” Dit werd een gevleugelde uitdrukking in de familie.

Met diezelfde familie was ik deze avond uit eten. “Eet jij nog wel eens thuis?” smste een vriendinnetje. Om dit vervolgens te laten volgen door een buitengewoon vriendelijk “loeder!” Van je vrienden moet je het hebben. Kon ik er wat aan doen? Dit etentje werd ons namelijk in de schoot geworpen, en Da Braccini was eigenlijk derde keus. Het eerste restaurant kende ik, daar wilde ik niet heen. Het tweede restaurant wilde onze reservering niet accepteren. Maar Thecla van Da Braccini was een en al attent: “Tuurlijk, geen probleem, kom graag. Tot morgen!”

Nu verheug ik me altijd graag op wat ik ga eten, maar dit restaurant had op dat moment geen kaart op de website. Huh? Wat ouderwets! Een tweede puntje was, dat het aan de Regentesselaan gevestigd is. Dat is heel leuk als je in hartje Den Haag woont, maar niets als je uit de buitenwijken komt. Bovendien betaal je daar de pleuris aan parkeerkosten.

Gaf niets. We hadden een deadline, er kwam bovendien familie van buiten de stad en Da Braccini wilde ons ontvangen. Eigenaresse Monica Braccini is volgens de site opgegroeid in het restaurant van haar vader. Ze combineert traditionele roots met de moderne Italiaanse keuken in een “mi casa es su casa” sfeer. Klonk spannend. Het beste er van hopen dan maar.

Achteraf zeg ik: Geen idee hoe ze in Den Haag beland is, maar opsluiten en de sleutel weggooien.

De ontvangst was hartelijk, de introductie van de kaart uitstekend. Het menu wisselt elke drie weken en is dus netjes op een simpel A4tje gedrukt en in een hoesje gestoken. Alleen het vasthouden van de kaart was al keuzestress. “Ja maar… ja maar… alles is lekker!”
Dat werd puzzelen. Net als bij Fifteen waren we met zijn drietjes. “Als jij nou de crème van broccoli en tuinbonen vooraf neemt?” “Wat neem jij dan?” “Ik denk de pasta van de dag, met lam, salie en basilicum. Maar de buffelmozzarella met in balsamico geglaceerde pruimen lijkt me ook lekker. Aaarch!!”

Gelukkig kregen we een amuse om de hoogste nood weg te nemen. Crostini met gecarameliseerde rode ui. Het paradijs ligt volgens overlevering ergens in Afrika, maar de Italianen hebben het veroverd en meegebracht naar Den Haag, geloof me.

Na rijp beraad en wat geschuif met gerechten werd het menu bepaald. Op Tenerife had ik werkelijk een perfecte inktvisschotel gehad, dus ik liet me uitdagen tot de carpaccio van polpo (inktvis) met citroen. Daarnaast werd het voor mijn disgenoten de broccoli/tuinboonsoep en de lamspasta. Vervolgens maakten we er een onvervalste proeverij van. “De keuken” kwam glunderend vragen hoe het was. Dat vind ik nou leuk: mensen die eer van hun werk hebben.

Het voorgerecht werd gevolgd door nog tongstrelender secondi:
Zeebaarsfilet met krokante pancetta en sinaasappelschilletjes
Lamskoteletjes met een korst van pistachenootjes
en
Saltimbocca met parmaham en witte wijnsaus

Loopt je het water al in de mond? Wegspoelen. Met een heerlijke Italiaanse wijn. Ook hier verschoof wat inhoud van het bord naar een ander bord.
“Dit kan ik niet”, stotterde ik moedeloos bij de eerste hap. Ik heb nog de hoop om ergens een goede amateurkok te worden, maar er zijn momenten waarop je je meerdere moet erkennen. Vandaag was zo’n dag. Ja, daar word ik droevig van, maar ik word ook zielsgelukkig van mensen die dit wel kunnen. Misschien is het maar goed ook. Ik zou heel dik van mezelf worden, denk ik. En erg veel van mezelf houden, als ik dit allemaal kon.

Gelukkig worden de toetjes door iemand anders gemaakt. Da Braccini heeft zogezegd een “warme kok” en een “koude kok”. Dat biedt perspectief, misschien kan ik daar aan tippen. De “dolce” van de dag was citroentaart met amandel, maar de yoghurtpassievruchttaart werd ons zo dringend aangeraden dat we dat alle drie unaniem namen. Maar voor die tijd werd er bewust een pauze ingelast. Even… heel even bijkomen alsjeblieft. Dan weer verder. Die tijd werd ons keurig gegund. Toen we aangaven dat we wel limoncello bij het dessert wilden, kwam de eigenaresse aangelopen. “Ssssh… ik heb huisgemaakte”. En er kwam een wit bevroren fles tevoorschijn. Ben ik al dood? Zo voelt het. Dit moet de hemel zijn. De hemel is een stukje Italië met zalig eten en engeltjes op je tong. Die hemel ligt gewoon in Den Haag. Daar ben je dan je hele leven angstig voor.

Ook de toetjesmaakster was niet te verslaan. Lichte struktuur, perfect glad… HEE… Mijn koekjesbodem! De bodem die ik maak voor mijn eigen citroentaart. Het kan, ik ben nog niet verloren! Hoera!!

Monica Braccini kwam zelf af en toen ook even praten. Ik heb zelden zo’n warmte, attentheid en passie gevoeld. Het stroomde de keuken gewoon voelbaar uit. Wauw. Die. Kan. Koken.
Zo’n kok moet je haar gang laten gaan, die doet waar ze zin in heeft. Ze oogt niet als een “Italiaanse mama” (daar is ze te jong voor) maar het talent en de ervaring is letterlijk ‘ingebakken’.

Ja, Italianen zijn wat overvloedig met olie en boter. Maar laat ik het in een conclusie zo verwoorden: als de liefde door de maag gaat, had ik haar gevraagd met me te trouwen. Puur metaforisch he? Maar toch.
Wij namen afscheid en werden vriendelijk de hand geschud. Alsof je een stukje familie bent geworden. Gelukkig moet je familie af en toe bezoeken. Heel rot.

Ik kom superlatieven te kort. Het is bijna misdadig om mensen zoveel lekkers voor te zetten. Wat moet ik nu met mijn gevierde helden als Fifteen en Moeder de Gans? Zou er nog een plekje op het erepodium bij kunnen?

Denk het wel hè.
Toch?
Want zeg nou zelf. Dit overkomt je.

“Kan ik er wat aan doen?!”

www.dabraccini.nl

Posted in Recensies Nederland | 2 Comments

Bucket list – restaurant Fifteen Amsterdam

Het begrip “bucket list” ken ik pas sinds de film met Morgan Freeman en Jack Nicholson. Het gaat over twee mannen die terminaal ziek zijn en samen een lijstje afwerken van dingen die ze altijd nog hadden willen doen voor ze overlijden.

Ik had wel een lijstje wensen, maar sinds de film heb ik ook een heuse “bucket list”. Een rondreis maken door West Amerika. Naar Harry Potter Park in Orlando. Touche Eclat kopen van Yves Saint Laurent. Dat laatste is een prijzig stiftje voor de wallen onder je ogen, zodat je de meest uitgeslapen persoon in Nederland bent. Correctie, de meest uitgeslapen persoon lijkt.

Op die bucket list staat al jaren een groot verlangen. Als fan van Jamie Oliver en liefhebber van zijn kookboeken, wilde ik altijd naar Restaurant Fifteen in Amsterdam. Zoals ze op de eigen site diplomatiek verwoorden, leidt het restaurant jongeren op “met een afstand tot de arbeidsmarkt”. Die gaan er aan de slag als kok of in de bediening. Daarna kunnen ze goed opgeleid elders aan het werk en is er ruimte voor een nieuwe ploeg.

Op een of andere manier kwam er nooit wat van. Te druk, niemand wilde mee, argumenten als “Daar moet je maaaaanden van tevoren reserveren” en “ik heb gehoord dat het best duur is.” Totdat vrienden in Amsterdam zeiden: “Joh, als jij dat zo graag wilt, dan gaan we toch gewoon?”

Gisteravond was het zo ver. Hooggespannen verwachtingen: zou het zo goed zijn als gehoopt? Pas acht jaar na de opening (!) stapte ik binnen in een oud Amsterdams pakhuis, gelegen aan het water. Het restaurant is groot. En dan bedoel ik mega. Toch doet het door de gedimde verlichting, open keuken, de bar en strategisch geplaatste tafels warm aan.

De bediening was attent. Nog voor ik de blik op de kaart had kunnen werpen, stond er al een jongeman aan ons tafeltje. “Wilt u alvast iets drinken?” Uuuh.. ik heb nog niet eens gezien wat er is, ogenblikje! De eerste ronde gingen we voor de Chardonnay en de Pinot Grigio.

De kaart is niet omvangrijk, maar het is al lastig kiezen. Salade met buffelmozarella? Carpaccio? Of toch de gerookte makreel met bietjes? Ik hou van uitproberen, dus ik ga voor het laatste. Kom maar op, laat zien wat jullie kunnen! Mijn tafelgenoten zijn brutaler en kiezen een kleine variant van de pasta. Tja, waarom niet. Beginnen met pasta als voorgerecht, zoals een Italiaan betaamt.

We worden verrast door een amuse. Een krokant gebakken stukje toast met ricotta en een geblancheerd tomaatje. Wat hartig lijkt, proeft zoet op de tong. Waanzinnig! Als dit de voorbode is van de rest van de avond, gaat het heel goed.

Vervolgens worden onze voorgerechten gebracht. Ik kan niet anders zeggen: hemels! Alle smaakcombinaties zijn precies goed. De makreel niet te sterk, de geroosterde bietjes een prima tegenhanger en ontwaar ik daar een beetje crème fraîche tussen de sla? Wauw! Een van mijn tafelgenoten slaat de ogen ten hemel van de risotto met paddestoelen. We waren daar al voor gewaarschuwd: “Die is geweldig!” Geen woord te veel. Ik mag een hapje en zak prompt van mijn stoel af. Zo heb ik de risotto nog nooit geproefd! Van de carbonara blijf ik nog even af, dat is mijn hoofdgerecht.

We babbelen de uren weg. In goed gezelschap zijn er gespreksonderwerpen voldoende: ontroerend, grappig, lief, serieus. Ik heb het gevoel dat mijn gerechten snel achter elkaar gebracht worden, maar als ik naar de tijd kijk, kan dat niet. We hebben er van half acht tot tien gezeten. Mijn gezelschap heeft boerderijkip met groenten uit eigen tuin, ik ga voor de campanelli al carbonara.

Ook deze gang is niet mis en ik hoor het aan de kreten aan tafel. Ondertussen prikken we vrolijk in het apart geserveerde bakje groenten. Courgette, pompoen, je maakt het zelf niet snel, maar ik vraag me af waarom niet. Waar is trouwens de opscheplepel? Ach, maakt niet uit. Ontwaar ik daar tuinbonen? “Die zijn voor mij!” roep ik. Jammer dan. Het gezelschap gaat er niet mee akkoord. “Dubbel gedopt zijn ze nog lekkerder” is het oordeel en er worden plannen gemaakt voor een ander restaurant waar een Française de scepter zwaait. Alleen op uitnodiging. Pak de bucket list er maar weer bij!

Het dessert past eigenlijk niet meer, maar dat laat ik niet over mijn kant gaan. Ik heb dit jaren gewild, dan “all the way”. Panna cotta dus.
Vriend JJ kiest voor tiramisu, da’s handig, kan ik een lepeltje meescheppen. Ook dit is geweldig, al probeer ik me niet voor te stellen hoeveel calorieën ik naar binnen werk. Er liggen heerlijke streepjes caramel over de panna cotta en de versgebrande nootjes doen het hem.

Fifteen maakt de hooggespannen verwachtingen meer dan waar. Ik kan niet anders dan aanraden om er te gaan dineren. Er is zeer alerte bediening, waar de meeste restaurants nog wat van kunnen leren. Prijzen ook zeer schappelijk, wij waren 44 euro per persoon kwijt voor drie gangen, twee glazen wijn per persoon en water.

Zijn er dan geen minpuntjes? Jawel… eentje ligt aan Misshoefje zelf. Die had het oog weer groter dan de maag en veranderde de kleine pasta carbonara in een grote. Die ze natuurlijk prompt niet op kreeg.

De andere is de toegang voor minder mobiele personen. Wij waren te gast met iemand die moeite heeft met traplopen. Pas later kwamen we er achter dat er aan de waterkant van het gebouw een rolstoellift was, maar dit staat aan de voorkant niet aangegeven. Een natte, ijzeren trap beklimmen is dan een behoorlijke onderneming. Fifteen, als jullie nog een bordje aan de voorkant plaatsen is het top!

Weet je… sommige dingen moeten gewoon twee keer op de bucket list.
*krabbelt Fifteen weer op de lijst*

Restaurant Fifteen: http://www.fifteen.nl/

Je eigen bucket List maken: http://www.bucketlist.net/

Voorbeelden van bucket lists: http://www.bucketlist.net/lists/all_lists/?sort=count

Posted in Blog, Recensies Nederland | 5 Comments

De Eetclub, deel 3: Crepes Suzette

We zitten nog steeds genoeglijk buiten te babbelen in de prachtige tuin van Anja. Het dessert is aan de beurt. Marga, die hier verantwoordelijk voor is, wil graag dat de oven aangezet wordt. In de keuken staat een knots van een fles Grand Marnier.

Even later komt ze naar buiten. We krijgen allemaal prachtig uitziende gevouwen pannekoekjes met sinaasappelsaus en een bolletje ijs. Crepes Suzette! Daarnaast staat een heerlijk glaasje Grand Marnier. “Eigenlijk moet dit er overheen gegoten worden en dan moet de pannekoek in de hens… maar dat durf ik niet aan”, zegt ze verontschuldigend.
Dat geeft niet. Het ziet er zalig uit. We vallen aan alsof we nog niets hebben gegeten.

“En, Marga”, zegt Lida liefjes met een licht ironisch ondertoontje in haar stem (iets dat ze later hartgrondig ontkent) “wat eet jouw liefhebbende echtgenoot eigenlijk op dit moment?”
“Weet ik veel”, zegt Marga nonchalant, terwijl ze een stukje crepe van ijs voorziet. “Hij bekijkt het maar. Die heeft vanmiddag met zijn moeder geluncht.” We moeten allemaal lachen. Zo. Hoera voor de zelfstandige man.

Net als de laatste hap verorberd is, voelen we een paar druppels. We lopen naar binnen en nemen nog een kopje koffie. Ongemerkt is het al weer half tien ‘s avonds geworden! De volgende bijeenkomst van “de eetclub” is voor de lunch in een tuinhuisje in augustus. Stay tuned voor de recepten!

Crepes Suzette voor vier personen (luie variant)
– 8 dunne pannekoekjes, 2 per persoon
– 1 a 2 sinaasappels
– sinaasappelsaus of marmelade-jam
– vanilleijs
– Grand Marnier of een andere likeur

Verwarm de pannekoekjes volgens gebruiksaanwijzing in de oven of magnetron.
Warm de sinaasappelsaus op
Pel de sinaasappels, verwijder het wit zoveel mogelijk en snijdt in blokjes
Vouw de pannekoekjes in een kwart
Serveer de pannekoekjes met de blokjes sinaasappel, bolletje ijs, en de saus. Likeurtje erbij, klaar!

Natuurlijk kun je zelf ook het pannekoekbeslag maken of een pannekoekmix nemen.

Posted in Blog, Recepten - Dessert | Comments Off on De Eetclub, deel 3: Crepes Suzette

De Eetclub deel 2: Kipwraps

Zoals gezegd, Lida is chef voorgerecht deze ronde van de eetclub. Als je slim bent (en dat is Lida), kies je iets uit wat je thuis kunt maken. Hup, meenemen, uitpakken, serveren, geen centje pijn. De rest van de avond kun je op je derrière zitten om wijn te drinken en verhalen te vertellen. Wat Lida trouwens heel goed kan. Vertellen he?! Over wijn drinken kan ik niets zeggen, ik zat namelijk cannelloni te vullen in de keuken.
Overigens is dit ook een heel geschikt gerecht voor een picknick. Stevig rollen, in de koelbox en je hebt een superlunch!

Dit voorgerecht is van de site van de Hartstichting gehaald. Een hele goede insteek, omdat onze eetclub meestal gerechten kiest aan de calorierijke kant. We hebben het recept iets aangepast om een pittigere smaak te krijgen. Lida heeft er een fantastische wrap van gemaakt, keurig met de randjes naar binnen gevouwen. Lekkere solide en toch licht, voor iemand die denkt dat ze niet kan koken een prima prestatie!

een halve komkommer (of twee van die mini-komkommertjes)
2 bosuitjes
4 wraptortillas
4 eetlepels roomkaas light
1 stuk gerookte kipfilet in kleine blokjes
2 eetlepels Teriyakisaus
half zakje rucola
cocktailprikkers

-schil de komkommer, snijd hem in de lengte door en verwijder de zaadlijsten
-snij de komkommer in kleine blokjes
-maak de bosui schoon en snijd in ringetjes
-besmeer de wraps met de roomkaas
-verdeel de blokjes gerookte kipfilet over de wraps en besmeer de kip met de Teriyakisaus
-verdeel de komkommer, rucola en uienringetjes erover
-vouw de zijkanten iets naar binnen en rol de wrap strak op (helpt heel goed als je maar een helft belegt en dan gaat rollen)
-verpak ze in vershoudfolie en leg tot gebruik in de koelkast
-snij de wraprol in twee stukken en steek er aan beide kanten een prikker in

Zie hier: een ondeugende Misshoefje lekker aan de kipwraps in een prachtige tuin. Lust ik best!!

Check ook:
http://www.hartstichting.nl/gezond_leven/voeding/recepten/voorgerechten/

Posted in Blog, Recepten - Voorgerecht | Comments Off on De Eetclub deel 2: Kipwraps

De eetclub, deel 1: Cannelloni Quattro Formaggi

We hebben een eetclub, Lida, Marga, Anja en ik.

Niet zoals in het boek van Saskia Noort, waar mensen elkaar naar het leven staan. Ook niet “haute cuisine”, want wij zijn geen goede koks. Herstel. Ik ben geen goede kok. De enige uitdaging is iets te maken dat we nog niet eerder hebben gegeten. Uitdaging twee is dat het bij voorkeur vegetarisch moet zijn. We komen vier keer per jaar bij elkaar en maken dan voor-, hoofd- en nagerecht. De gastvrouw is vrijgesteld van koken, maar zorgt voor de borrel vooraf en levert hand- en spandiensten.

Al tijden loop ik met het idee rond om iets te doen met minipannetjes. De cocottes, zoals in het vorige blog aangegeven. Anja heeft een huis met een heerlijke tuin, waar we tot nu toe altijd buiten hebben kunnen eten. Ik zie mij door de tuindeur al helemaal mijn entree maken met een dienblad vol dampende pannetjes, waarop iedereen zou roepen: “Oooh, wat schattig! Kijk nou! Wat leuk, wat hip, wat origineel!” In die aard. Ik verheugde mij er enorm op. Zou ik even de blits gaan maken!

Inmiddels heb een aantal boekjes met recepten voor minipannetjes en ik had een makkelijke uitgekozen. Cannelloni met vier kazen, quattro formaggi zoals dat zo mooi heet.

De Albert Heijn werd bestormd voor de ingrediënten:
1 dl olijfolie (dit is rijkelijk veel!)
200 gram ricotta (ik heb een kuipje van 250 gram geheel gebruikt, geen probleem)
zout en peper
8 blaadjes verse basilicum in reepjes
8 cannelloni
6 dl melk (halfvol is goed)
200 gram belegen kaas, geraspt
200 gram blauwschimmelkaas, bijvoorbeeld gorgonzola, in blokjes
100 gram geraspte Parmezaanze kaas (minder is ook goed, ik had 80 gram en gebruikte nog niet alles)

Alles werd meegesleept naar Anja’s huis. Tijdens de borrel brak de zon door. Hoera, het zou gaan lukken! Moet je opletten, hoe een gaaf gezicht dat zou zijn! Ik toog aan het werk.

– Vet de pannetjes in met olie
– Breng het ricottamengsel op smaak met zout, peper en basilicum (vertaling: prak de boel door elkaar en steek er een vinger in of het smaakt)
– Verwarm de oven voor op 200 graden
– Breng 6 dl melk aan de kook
– Voeg de geraspte kaas en de gorgonzola toe, blijf roeren tot de kaas gesmolten is.

– Vul de cannelloni met het ricottamengsel

Huh?

Vul de cannelloni… HOE dan?

Ik pak een theelepel en probeer een pijpje cannelloni te vullen. Alles blijft steken. Andere kant dan maar. Zogauw ik het pijpje pasta op de kop houd, kruipt het mengsel er tergend langzaam aan de onderkant weer uit. En nu? Verwoed probeer ik de pijpjes te vullen. Vinger op de onderkant. Bovenkant met een theelepel kaas vullen. Alsof je een gans probeert vol te stampen, maar die weigert ook maar iets toe te laten in de luchtpijp.

No go. Ik kom niet verder dan de monden gevuld met kaas. Achteraf niet zo slecht, want het mengsel is daarmee al schoon op. Stel dat alle cannelloni wel gevuld zou zijn, dan had ik te weinig! De eerste de beste keer dat ik in een kookwinkel ben, neem ik me voor een spuitzak te kopen. Vertel eens, WAAROM ziet die dingen er op het plaatje zo irritant perfect uit?

Ondertussen vergeet ik in het kaas-melkmengsel te roeren, waardoor de kaassaus wat kruimelig wordt. Verdorie.
Ik doe de ricottapijpjes in het pannetje. De cannelloni past maar net. Hup, nu de kaassaus er over. Wat veel! Sonja Bakker zou een rolberoerte krijgen.
Ik maak het af door er wat Parmezaanse kaas overheen te strooien.

De pannetjes kunnen in de oven. Phew. Nu de salade klaarmaken.

Ondertussen word ik naar buiten geroepen voor het voorgerecht. Lida heeft thuis een paar zalige, lichte kipwraps klaargemaakt. “Van de site van de Hartstichting”, meldt ze trots. Zij wel. Mijn gerecht houdt de Hartstichting volop aan het werk.

Na 20 minuten kunnen de pannetjes uit de oven. Een heerlijke geur van kaas verspreidt zich door het huis. Aan de randen zitten zwarte korstjes. Oei, zou het wel goed zijn gegaan? Voorzichtig til ik een dekseltje op. Eronder een bubbelende massa kaas, gare cannelloni, maar… zo goed als leeg. Veel ricotta is er uitgelopen.
Zucht.

“Als het maar smaakt”, denk ik angstig, “als het maar smaakt”. Anja heeft vuurvaste vingers, dus die haalt ze uit de oven. Ik zet de pannetjes op het dienblad. Bij sommigen vormt zich meteen een kringetje van overgelopen kaas. Oei, geen goed idee met dat hete spul. Het moet natuurlijk niet inbranden.

“Heb je alles goed vast?” vraagt Anja. Ik knik. Met twee stevige ovenwanten houd ik het langwerpige dienblad vast, speciaal ontworpen voor de cocottes. Op naar buiten.

De reacties zijn gelukkig zoals gepland.
“Kijk nou!”
“Tjee, wat leuk!”

“Cannelloni Quattro Formaggi”, meld ik trots.

Maar nu.
Hoe eet je dit in hemelsnaam? De pannetjes zijn loeiheet. Op de tafel zetten is geen goed idee. Op een bordje dan maar. Nee, ook niet handig, dan kan de salade er niet bij. De pannetjes blijven op het dienblad staan met een opscheplepel, de cannelloni gaat op het bord, salade er bij. Yo, leuk hoor, mini-pannetjes. En zo praktisch.

Anja neemt de eerste hap. Gespannen en bezorgd kijk ik haar aan.
“Zaaaaalig!”, roept ze.

Ik slaak een zucht van verlichting. Gelukkig! Ik neem zelf een hap. Verrukkelijk. Echt, echt, heerlijk. Ik ben ineens heel blij. Toch goed gegaan! De rest valt me bij. Alles gaat bijna helemaal op. Hoera!

De vuurdoop met de cocottes is gelukt. Net als met cupcakes maken, is het even handigheid erin krijgen. Op naar het volgende gerecht in minipannetjes!

Vervolg van het recept:
– Vul de cannelloni met het ricottamengsel (eitje, echt!)
– Verdeel de kaassaus over de pannetjes
– bestrooi met Parmezaanse kaas (ik heb niet alles gebruikt, dat wordt wel erg veel kaas)
– zet 20 minuten in de oven, volgens gebruiksaanwijzing

Salade:
– 1 zak salade Romaine, 200 gram (dit is de knapperige sla die wordt gebruikt voor Ceasar Salade)
– Ceasar Salade dressing
– knoflookcroutons
– deel van de Parmezaanse kaas (je hebt toch over)
– 1 gerookte kipfilet
– half bakje kerstomaatjes

Maak de salade aan met de dressing.
Haal de kontjes van de kipfilet en snijdt in gelijke plakjes.
Was de kerstomaatjes en halveer
Leg de tomaatjes in een cirkel om de sla
Bestrooi de sla met croutons en parmezaanse kaas
Leg de kipfilet dakpansgewijs in het midden.

Vergeet niet te genieten van de entree die je maakt! Eet smakelijk!

Posted in Blog, Recepten - Hoofdgerecht | Comments Off on De eetclub, deel 1: Cannelloni Quattro Formaggi

Nieuwste trend: minipannetjes (cocottes)

… Hip en happening: Minipannetjes!

Pleur weg, die cupcakestoestanden. Je wordt er maar dik van en hoe leuk is het eigenlijk, priegelen met die marsepein en decoratiesnoepjes?
Soooo last year. Hier is de nieuwe trend: de minipan.

Die MOEST ik natuurlijk hebben. En aangezien ik een vrouw ben, en impulsief, moest het NU.
Dus ik naar de Hema, de V&D, en zo nog wat meer winkels. Uiteindelijk mijn heil gezocht op Marktplaats. En ja hoor, vier schattige pannetjes gescoord met dienblad en kookboek.

Het is eigenlijk heel simpel. De minipan is uitermate geschikt voor de oven. Je kookt (of bakt) wat je normaal altijd doet, maar nu in kleine pannetjes. Iemand zoutloos? Mooi, doe je toch een pannetje zoutloos. Neem wel een andere kleur, anders sta je straks hulpeloos naar vier gelijke pannetjes te kijken: “Welke was het ook al weer?” Vegetarisch? Lust geen kaas? No problem. Draai jij je hand niet voor om.

Ze zijn er in aardewerk en staal. De duurste zijn van Creusette, dan heb je ook wat. Je kunt ze echter ook kopen bij de V&D of de Xenos. Xenos heeft zelfs pannetjes van 16 cm doorsnee. Hier kan een heel gerecht in. Bij mij passen er dan geen vier in de oven (note to self: direct uitproberen in je nieuwe huis waar je oven EN combimagnetron hebt).
De kleine pannetjes zijn met name geschikt als onderdeel van een meergangendiner. Bijvoorbeeld het voorgerecht in een pannetje, of juist heel schattig de bijgerechten in een pannetje. Gegratineerde broccoli? Easy!

De pannetjes zijn doorgaans zo’n 10-12 cm in doorsnee, 5 cm diep en je betaalt 2.99 tot 5 euro per pannetje.

Gemak dient de mens.
Geen zin om te prutsen? Je kunt er bijvoorbeeld ook een soepje in serveren, of scones-in-een-pannetje als dessert. Bolletje ijs en wat vers fruit erbij et voila, je bent de chef.

Leuke kookboeken:

Dat smaakt naar meer
mini pannetjes

Uitgeverij ARBU culinair
Arbu033-01
0 118221 033018
Geleverd bij de vier minipannetjes van Vos Home & Garden

Culinair Genieten
Mini-pannetjes

Uitgeverij De Lantaarn
ISBN 9 789054 267782
gekocht bij Cook & Book kookwinkel in Arnhem voor EUR 1.99
Met pannetjes voor alle dinergangen, maar ook voor (laat) ontbijt en voor bij de koffie!

40 recepten voor ovenpannetjes
een uitgave van Xenos BV
ISBN 8 716963 553799
gekocht bij Xenos voor EUR 4.99
Ingedeeld in lente, zomer, herfst, winter en zoet.

En de keizer onder de pannetjes:
Mini-stoofpotjes
door Lissa Streeter en Loic Nicoloso
Uitgegeven door Le Creuset
ISBN 9 782841 232901
Gekocht bij Le Creuset kookwinkel voor EUR 9.90
Iets meer “haute cuisine” met vooral veel verrukkelijke desserts, zoals ijssoufflé met rozen en viooltjes!

Posted in Blog, Keukengerei, gadgets, musthaves, Kookboeken en - tijdschriten, Tips | 2 Comments

Groot en Dik

Collega Frans gaat ons verlaten. Hij mag met zijn (bijna) 58e met een soort van VUT. Door omstandigheden, dat wel, maar hij mag het dan toch maar. Hij lijdt er niet onder, zo te zien. Vrolijk draagt hij zijn relaties over. Ik ben een van de twee gelukkigen die zijn portefeuille mag overnemen. Dat wordt nog een hele klus, om in de voetsporen te treden van charmante, guitige, scherpe ’eminence grise’ Frans.

Frans heeft het in alle opzichten goed voor elkaar. Een lieve vrouw, leuke kinderen en een prachtig tweede huisje in Frankrijk. Daar is wel met bloed, zweet en tranen aan geklust, maar als het af is voel je daar niets meer van. Dus nu staat er een mooie woning, hij heeft aardige Franse buren en de leasewagen is ingeruild voor een dot van een MG Cabrio. Het is niet heel raar dat zijn achterblijvende collega’s enigszins afgunstig afscheid van hem nemen.

Frans kan een ding niet: koken. En dus heeft hij zich onlangs aangesloten bij een hobbyclub van heren, die een keer in de zoveel tijd onder leiding van een kok een aantal gerechten bereidt. Frans staat op de reservelijst en hij mag komen opdraven als iemand niet kan. Het laat zich raden dat hij moest komen koken op het moment dat Oranje speelde. Had hij zich niet gerealiseerd, vertrouwde hij me toe, maar hij ging met frisse tegenzin.

Helaas voor Frans draaien de anderen gemiddeld al zo’n 16 jaar mee. Daar tussenkomen lijkt me best lastig. “Was het stress?” vraag ik hem als ik hem zie. “Nee, eigenlijk niet. Je verbaast je met hoeveel gemak en rust je dingen doet. Ik vond het wel leuk, eigenlijk.”

Kijk. Daarom krijgt Frans voor zijn afscheid kookboeken. Er is voor hem geen ontkomen meer aan. En om hem echt tot koken aan te zetten, nodigen we onszelf gelijk uit voor een avondje in Zuid Frankrijk. Laat dat maar aan de collega’s over. Als de kippen erbij als er iets te eten valt.
Vreemd genoeg wordt geen der koks binnen de organisatie belast met de opdracht om boeken te gaan halen. Ik zou zelf iets kiezen van Jamie Oliver, Donna Hay of Annabel Langbein en een soort techniekenboek, zodat je als beginner niet meteen wordt afgeschrikt.

Maar nee. Ik was stiknieuwsgierig wat mijn collega’s gekocht hadden. “Wat gaan we Frans cadeau doen?” “Kookboeken.” “Ja, dat weet ik, maar welke?”

Ik kreeg het mooiste antwoord ooit.
“Geen idee! Ze zijn groot en dik, dus dat moet goed zijn.”

Eh.

Okee…?

Ik barstte bijna in lachen uit. Wat een mop. Groot en dik… Nou Frans, succes ermee! Ik dacht terug aan de tijd dat ik zelf afscheid nam van mijn vorige werkgever. Leek me een droom om de Dikke Van Dam te krijgen, maar ik vreesde dat het opgehaalde geld daar never-nooit toereikend voor was. Blijkbaar vonden mijn collega’s mij toch heel aardig, want ik kreeg hem gewoon! Sterker, er kwam nog een boek van Floortje Dessing bij, uitgereikt op een peperdure sushiborrel. Kennelijk had ik er wel iets goeds gedaan.

Ik keek naar de cadeaus van Frans tijdens zijn receptie. Ja, kon de Dikke van Dam wel zijn, schatte ik in. Met lichte zorg of hij wel door zou zetten in zijn kookhobby, keek ik hoe hij de cadeaus uitpakte.

Oh!
Cuisine, 1000 klassiekers uit de Franse Keuken van Francoise Bernard. Wauw, de Franse keukenbijbel zoals Italie haar Zilveren Lepel heeft, Amerika haar Joy of Cooking (daarover later meer) en Spanje de 1080 recepten van de Ortega’s. Da’s wel een wannahave.
Ik wiste het kwijl van mijn kin en keek gespannen naar het tweede boek.

Even was ik in shock. Zouden mijn onwetende collega’s zo’n goede toevalstreffer hebben gekocht? Waren ze geadviseerd? Of klopt het wat ze zeggen en is Groot en Dik per definitie goed?
Het boek heette “Koken” van James Peterson.
Een van de collega’s kwam naar me toe. “Hebben we het goed gedaan?” “Geweldig”, stamelde ik.

Blij dat ik tevreden was, liep hij weer weg. “Ken je hem?” vroeg mijn baas, wijzend naar de schrijver van het boek. “Jazeker”, zei ik. “Hij heeft een boek dat in iedere kast moet staan. Niet dit exemplaar, maar het boek ‘Wat je als kok moet weten.’ Ik zal het morgen meenemen.”

In dat boek staan de beste tips die je als kok – hoe goed of slecht je ook bent- ooit nodig zult hebben.
– Hoe klop je eiwit?
– Hoe maak je de perfecte taart?
– Hoe bereid je artisjok?
– Hoe gebruik je dragon?
– Hoe fileer je een platvis?
– Hoe schenk je champagne in?
– Hoe bind je een kip op?
– Hoe sauteer je paddestoelen?

484 briljante inzichten die je altijd kunt gebruiken.
Te simpel voor woorden, maar je kunt er ernstig om verlegen zitten. Johannes van Dam (van de Dikke Van Dam dus) schrijft: “Een van de nuttigste boeken met keukentips.” Niet eens een wannahave, maar een musthave.

Frans kan voorlopig vooruit. Als hij zich maar niet laat afschrikken door de dikte van de boeken.

Het ga je goed, lieve collega.

Wat je als kok moet weten
484 tips, trucs, ingredienten en wetenswaardigheden
James Peterson
Karakter Uitgevers BV
ISBN 978 90 6112 877 9

Posted in Blog, Kookboeken en - tijdschriten | Comments Off on Groot en Dik

Bijdrage van Johan: Eton Mess

Er zijn wel eens van die gerechten die misschien wat eenvoudig aandoen maar gewoonweg té lekker of té leuk zijn om anderen te onthouden. Of soms heeft zo’n gerecht gewoon een geinig verhaal. En héél soms alle drie…

Stel je voor…
Je bevindt je in het Londen van 1895. Je studeert aan ‘King’s College of Our Lady of Eton besides Wyndsor’ of kortweg ‘Eton College’. Een echte Engelse jongensschool die bol staat van de tradities.

Een van die tradities is het spel Cricket wat gespeeld wordt met veel verve. En zoals dat op wel meer scholen zo gaat is er ook een competitie en zijn er ook vriendschappelijke wedstrijden. Een ieder jaar terugkerend fenomeen is de cricketwedstrijd Eton College tegen Winchester College. En aangezien je nooit teveel tradities kunt hebben werd er een hele dag van gemaakt.

Ieder jaar rukten men met deze dag de picknickmanden aan en richten een waar feestmaal aan! Grote kleden in het gras met heerlijke sandwiches, ´cups of tea´, scones, frisse marmelade, smakelijke taartjes en gezelligheid alom. (Denk vooral veel mannen in cricketkledij en vrouwen in grote jurken met bijpassende parasols, spelende kinderen, rennende honden en dus drukte alom).

Bij een picknick als deze horen uiteraard desserts. In een mooie grote rieten mand, met typisch lakentje en franjes, zijn wat zoetigheden klaargezet om van te genieten als afsluiter van het feestmaal.
Maar helaas. In de drukte die je bij zo’n picknick kunt verwachten, gebeurt helaas ook wel eens een ongelukje. Een bijzonder grote Sint Bernhardhond (Bouvier, Windhond of iets anders van formaat) gaat bovenop de bewuste ‘dessertmand’ zitten, waarna het feest in het spreekwoordelijke water dreigt te vallen.

Het verhaal gaat dat een van de koks toch stiekum een hapje proefde en niet wist wat hem overkwam. Wat een genot!! Eton Mess was geboren! Een groter feest is sindsdien niet meer geweest, lijkt me zo…

Het recept voor Eton Mess voor 3 tot 4 personen
(Of als je je niet kunt inhouden, met z’n tweeën lukt het ook!)

2 eiwitten
poedersuiker
250 ml. slagroom
500 gram aardbeien
Merengues

Was de aardbeien, ontkroon ze en snij ze evt. wat kleiner. (Denk hapklare formaat)
Klop de eiwitten met wat poedersuiker stijf.
Klop de slagroom met wat poedersuiker stijf.
Spatel de eiwitten door de slagroom. Doe dit voorzichtig, zodat je de lucht er niet uit spatelt, maar denk ook aan die Sint Bernhard! (dus het hoeft geen homogene massa te worden…)
Breek de merengues in kleiner formaat (Denk wederom hapklaar)
Schep de aardbeien en de ge’crush’te merengues door de roommassa.

Vergeet vooral niet dit bijzonder zoete gerecht voor te proeven en waan je in het Londen van eind 19e eeuw…

Posted in Blog, Recepten - Dessert | Comments Off on Bijdrage van Johan: Eton Mess