Groot en Dik

Collega Frans gaat ons verlaten. Hij mag met zijn (bijna) 58e met een soort van VUT. Door omstandigheden, dat wel, maar hij mag het dan toch maar. Hij lijdt er niet onder, zo te zien. Vrolijk draagt hij zijn relaties over. Ik ben een van de twee gelukkigen die zijn portefeuille mag overnemen. Dat wordt nog een hele klus, om in de voetsporen te treden van charmante, guitige, scherpe ’eminence grise’ Frans.

Frans heeft het in alle opzichten goed voor elkaar. Een lieve vrouw, leuke kinderen en een prachtig tweede huisje in Frankrijk. Daar is wel met bloed, zweet en tranen aan geklust, maar als het af is voel je daar niets meer van. Dus nu staat er een mooie woning, hij heeft aardige Franse buren en de leasewagen is ingeruild voor een dot van een MG Cabrio. Het is niet heel raar dat zijn achterblijvende collega’s enigszins afgunstig afscheid van hem nemen.

Frans kan een ding niet: koken. En dus heeft hij zich onlangs aangesloten bij een hobbyclub van heren, die een keer in de zoveel tijd onder leiding van een kok een aantal gerechten bereidt. Frans staat op de reservelijst en hij mag komen opdraven als iemand niet kan. Het laat zich raden dat hij moest komen koken op het moment dat Oranje speelde. Had hij zich niet gerealiseerd, vertrouwde hij me toe, maar hij ging met frisse tegenzin.

Helaas voor Frans draaien de anderen gemiddeld al zo’n 16 jaar mee. Daar tussenkomen lijkt me best lastig. “Was het stress?” vraag ik hem als ik hem zie. “Nee, eigenlijk niet. Je verbaast je met hoeveel gemak en rust je dingen doet. Ik vond het wel leuk, eigenlijk.”

Kijk. Daarom krijgt Frans voor zijn afscheid kookboeken. Er is voor hem geen ontkomen meer aan. En om hem echt tot koken aan te zetten, nodigen we onszelf gelijk uit voor een avondje in Zuid Frankrijk. Laat dat maar aan de collega’s over. Als de kippen erbij als er iets te eten valt.
Vreemd genoeg wordt geen der koks binnen de organisatie belast met de opdracht om boeken te gaan halen. Ik zou zelf iets kiezen van Jamie Oliver, Donna Hay of Annabel Langbein en een soort techniekenboek, zodat je als beginner niet meteen wordt afgeschrikt.

Maar nee. Ik was stiknieuwsgierig wat mijn collega’s gekocht hadden. “Wat gaan we Frans cadeau doen?” “Kookboeken.” “Ja, dat weet ik, maar welke?”

Ik kreeg het mooiste antwoord ooit.
“Geen idee! Ze zijn groot en dik, dus dat moet goed zijn.”

Eh.

Okee…?

Ik barstte bijna in lachen uit. Wat een mop. Groot en dik… Nou Frans, succes ermee! Ik dacht terug aan de tijd dat ik zelf afscheid nam van mijn vorige werkgever. Leek me een droom om de Dikke Van Dam te krijgen, maar ik vreesde dat het opgehaalde geld daar never-nooit toereikend voor was. Blijkbaar vonden mijn collega’s mij toch heel aardig, want ik kreeg hem gewoon! Sterker, er kwam nog een boek van Floortje Dessing bij, uitgereikt op een peperdure sushiborrel. Kennelijk had ik er wel iets goeds gedaan.

Ik keek naar de cadeaus van Frans tijdens zijn receptie. Ja, kon de Dikke van Dam wel zijn, schatte ik in. Met lichte zorg of hij wel door zou zetten in zijn kookhobby, keek ik hoe hij de cadeaus uitpakte.

Oh!
Cuisine, 1000 klassiekers uit de Franse Keuken van Francoise Bernard. Wauw, de Franse keukenbijbel zoals Italie haar Zilveren Lepel heeft, Amerika haar Joy of Cooking (daarover later meer) en Spanje de 1080 recepten van de Ortega’s. Da’s wel een wannahave.
Ik wiste het kwijl van mijn kin en keek gespannen naar het tweede boek.

Even was ik in shock. Zouden mijn onwetende collega’s zo’n goede toevalstreffer hebben gekocht? Waren ze geadviseerd? Of klopt het wat ze zeggen en is Groot en Dik per definitie goed?
Het boek heette “Koken” van James Peterson.
Een van de collega’s kwam naar me toe. “Hebben we het goed gedaan?” “Geweldig”, stamelde ik.

Blij dat ik tevreden was, liep hij weer weg. “Ken je hem?” vroeg mijn baas, wijzend naar de schrijver van het boek. “Jazeker”, zei ik. “Hij heeft een boek dat in iedere kast moet staan. Niet dit exemplaar, maar het boek ‘Wat je als kok moet weten.’ Ik zal het morgen meenemen.”

In dat boek staan de beste tips die je als kok – hoe goed of slecht je ook bent- ooit nodig zult hebben.
– Hoe klop je eiwit?
– Hoe maak je de perfecte taart?
– Hoe bereid je artisjok?
– Hoe gebruik je dragon?
– Hoe fileer je een platvis?
– Hoe schenk je champagne in?
– Hoe bind je een kip op?
– Hoe sauteer je paddestoelen?

484 briljante inzichten die je altijd kunt gebruiken.
Te simpel voor woorden, maar je kunt er ernstig om verlegen zitten. Johannes van Dam (van de Dikke Van Dam dus) schrijft: “Een van de nuttigste boeken met keukentips.” Niet eens een wannahave, maar een musthave.

Frans kan voorlopig vooruit. Als hij zich maar niet laat afschrikken door de dikte van de boeken.

Het ga je goed, lieve collega.

Wat je als kok moet weten
484 tips, trucs, ingredienten en wetenswaardigheden
James Peterson
Karakter Uitgevers BV
ISBN 978 90 6112 877 9

This entry was posted in Blog, Kookboeken en - tijdschriten. Bookmark the permalink.