“Kan ik er wat aan doen?” Da Braccini

Als kind was ik kennelijk vrij onhandig. Of gewoon ongeduldig, dat kan ook. In ieder geval ging er regelmatig wat mis. Bril kwijt, nieuwe rok gescheurd op de glijbaan, deur iets te hard dichtgeslagen, dus lag het glas er spontaan uit. En steevast kwam dan mijn hulpeloze antwoord: “Kan ik er wat aan doen?!” Dit werd een gevleugelde uitdrukking in de familie.

Met diezelfde familie was ik deze avond uit eten. “Eet jij nog wel eens thuis?” smste een vriendinnetje. Om dit vervolgens te laten volgen door een buitengewoon vriendelijk “loeder!” Van je vrienden moet je het hebben. Kon ik er wat aan doen? Dit etentje werd ons namelijk in de schoot geworpen, en Da Braccini was eigenlijk derde keus. Het eerste restaurant kende ik, daar wilde ik niet heen. Het tweede restaurant wilde onze reservering niet accepteren. Maar Thecla van Da Braccini was een en al attent: “Tuurlijk, geen probleem, kom graag. Tot morgen!”

Nu verheug ik me altijd graag op wat ik ga eten, maar dit restaurant had op dat moment geen kaart op de website. Huh? Wat ouderwets! Een tweede puntje was, dat het aan de Regentesselaan gevestigd is. Dat is heel leuk als je in hartje Den Haag woont, maar niets als je uit de buitenwijken komt. Bovendien betaal je daar de pleuris aan parkeerkosten.

Gaf niets. We hadden een deadline, er kwam bovendien familie van buiten de stad en Da Braccini wilde ons ontvangen. Eigenaresse Monica Braccini is volgens de site opgegroeid in het restaurant van haar vader. Ze combineert traditionele roots met de moderne Italiaanse keuken in een “mi casa es su casa” sfeer. Klonk spannend. Het beste er van hopen dan maar.

Achteraf zeg ik: Geen idee hoe ze in Den Haag beland is, maar opsluiten en de sleutel weggooien.

De ontvangst was hartelijk, de introductie van de kaart uitstekend. Het menu wisselt elke drie weken en is dus netjes op een simpel A4tje gedrukt en in een hoesje gestoken. Alleen het vasthouden van de kaart was al keuzestress. “Ja maar… ja maar… alles is lekker!”
Dat werd puzzelen. Net als bij Fifteen waren we met zijn drietjes. “Als jij nou de crème van broccoli en tuinbonen vooraf neemt?” “Wat neem jij dan?” “Ik denk de pasta van de dag, met lam, salie en basilicum. Maar de buffelmozzarella met in balsamico geglaceerde pruimen lijkt me ook lekker. Aaarch!!”

Gelukkig kregen we een amuse om de hoogste nood weg te nemen. Crostini met gecarameliseerde rode ui. Het paradijs ligt volgens overlevering ergens in Afrika, maar de Italianen hebben het veroverd en meegebracht naar Den Haag, geloof me.

Na rijp beraad en wat geschuif met gerechten werd het menu bepaald. Op Tenerife had ik werkelijk een perfecte inktvisschotel gehad, dus ik liet me uitdagen tot de carpaccio van polpo (inktvis) met citroen. Daarnaast werd het voor mijn disgenoten de broccoli/tuinboonsoep en de lamspasta. Vervolgens maakten we er een onvervalste proeverij van. “De keuken” kwam glunderend vragen hoe het was. Dat vind ik nou leuk: mensen die eer van hun werk hebben.

Het voorgerecht werd gevolgd door nog tongstrelender secondi:
Zeebaarsfilet met krokante pancetta en sinaasappelschilletjes
Lamskoteletjes met een korst van pistachenootjes
en
Saltimbocca met parmaham en witte wijnsaus

Loopt je het water al in de mond? Wegspoelen. Met een heerlijke Italiaanse wijn. Ook hier verschoof wat inhoud van het bord naar een ander bord.
“Dit kan ik niet”, stotterde ik moedeloos bij de eerste hap. Ik heb nog de hoop om ergens een goede amateurkok te worden, maar er zijn momenten waarop je je meerdere moet erkennen. Vandaag was zo’n dag. Ja, daar word ik droevig van, maar ik word ook zielsgelukkig van mensen die dit wel kunnen. Misschien is het maar goed ook. Ik zou heel dik van mezelf worden, denk ik. En erg veel van mezelf houden, als ik dit allemaal kon.

Gelukkig worden de toetjes door iemand anders gemaakt. Da Braccini heeft zogezegd een “warme kok” en een “koude kok”. Dat biedt perspectief, misschien kan ik daar aan tippen. De “dolce” van de dag was citroentaart met amandel, maar de yoghurtpassievruchttaart werd ons zo dringend aangeraden dat we dat alle drie unaniem namen. Maar voor die tijd werd er bewust een pauze ingelast. Even… heel even bijkomen alsjeblieft. Dan weer verder. Die tijd werd ons keurig gegund. Toen we aangaven dat we wel limoncello bij het dessert wilden, kwam de eigenaresse aangelopen. “Ssssh… ik heb huisgemaakte”. En er kwam een wit bevroren fles tevoorschijn. Ben ik al dood? Zo voelt het. Dit moet de hemel zijn. De hemel is een stukje Italië met zalig eten en engeltjes op je tong. Die hemel ligt gewoon in Den Haag. Daar ben je dan je hele leven angstig voor.

Ook de toetjesmaakster was niet te verslaan. Lichte struktuur, perfect glad… HEE… Mijn koekjesbodem! De bodem die ik maak voor mijn eigen citroentaart. Het kan, ik ben nog niet verloren! Hoera!!

Monica Braccini kwam zelf af en toen ook even praten. Ik heb zelden zo’n warmte, attentheid en passie gevoeld. Het stroomde de keuken gewoon voelbaar uit. Wauw. Die. Kan. Koken.
Zo’n kok moet je haar gang laten gaan, die doet waar ze zin in heeft. Ze oogt niet als een “Italiaanse mama” (daar is ze te jong voor) maar het talent en de ervaring is letterlijk ‘ingebakken’.

Ja, Italianen zijn wat overvloedig met olie en boter. Maar laat ik het in een conclusie zo verwoorden: als de liefde door de maag gaat, had ik haar gevraagd met me te trouwen. Puur metaforisch he? Maar toch.
Wij namen afscheid en werden vriendelijk de hand geschud. Alsof je een stukje familie bent geworden. Gelukkig moet je familie af en toe bezoeken. Heel rot.

Ik kom superlatieven te kort. Het is bijna misdadig om mensen zoveel lekkers voor te zetten. Wat moet ik nu met mijn gevierde helden als Fifteen en Moeder de Gans? Zou er nog een plekje op het erepodium bij kunnen?

Denk het wel hè.
Toch?
Want zeg nou zelf. Dit overkomt je.

“Kan ik er wat aan doen?!”

www.dabraccini.nl

This entry was posted in Recensies Nederland. Bookmark the permalink.