Verheugen

Er zijn van die dingen waar je je ontzettend op kunt verheugen. Oh sorry, op etensgebied natuurlijk. Nou ben ik een eetliefhebber, en dus mag het heel culinair zijn. Maar op zijn tijd is pizza ook geweldig. Of dat ding met die gele M, waar je een burger met gesmolten kaas naar binnen kunt schrokken, om je vervolgens enorm schuldig te voelen.

Maar goed, geneugtes kunnen simpel en culinair zijn. Zo verheug ik me op het eten bij de Librije. Gaat het dan toch echt gebeuren? Hoe “smullen” zal dat zijn, of valt het tegen? Zou ik mijn eten mogen fotograferen, of is dat stom? Is Jonnie Boer zo’n kok die perse het pallet zoet, zuur, zout, bitter wil handhaven en daarmee krampachtig zijn Michelinsterrenstatus vasthoudt?

Een andere activiteit die op stapel staat, is een weekendje naar Engeland met de Stenaline. U kent het wel, dat studentikoze van een dag in Londen en dan de boot weer op naar huis. De laatste keer dat ik dat op die manier deed, is meer dan tien jaar terug, toen ik nog niets verdiende en wij echt op budget daar heen gingen. Leuk, varen! Mijn broer had kipschnitzel met frietjes aan boord, weet ik nog. En het was stormachtig, weet ik ook nog. Broerlief heeft daar niet zoveel mee. En dus pikte ik de frietjes, terwijl hij kotsmisselijk overwoog om in onze hut te gaan liggen. Hoe zou het tegenwoordig zijn met de stabilisatoren, maar bovenal met het voedsel, vraag ik me af? Beter dan droge kip en vette frites op een Eftelings schommelschip?

Ik mag terug naar Da Braccini. Me weken, nee, maandenlang op verheugd. Blijkt de vrouwelijke chef er zelf niet te zijn. Zou de keuken net zo goed (lees: onverslaanbaar) zijn?

En dan het laatste waar ik naar uitkeek. Sociëteit de Witte. Dat is zo’n club waar je niet binnenkomt zonder introductie door drie bestaande leden en een ballotagecommisie. Nou moet ik voorzichtig zijn, want de introductie heb ik gehad, maar de ballotage ben ik nog niet door.

De Witte is een Haags instituut waar je jaren langs loopt, je afvragend wat al die deftige dames en heren daar doen. Als een soort “meisje met de zwavelstokjes” sta je naar binnen te kijken. Naar het rode fluweel, de rijke kroonluchters, de mooi gedekte tafels achter het raam. Als je daar toch eens naar binnen kon…

Welnu, het is zover. Ik mag naar binnen, als kandidaat. De Witte is in 1804 opgericht voor “Geoorloofde Uithuizigheid”. Dat vind ik erg grappig, want ik ben anders per definitie ongeoorloofd uit huis. Is toch fijn als een Haags instituut je doen en laten legitimeert. (De ballotage, MissHoef, denk aan de ballotage!) De keuken staat als zeer goed bekend, dus ik ben benieuwd. Ik meldde mij aan voor een “winters diner” en ook hier vroeg ik mij af of ik mijn eten mocht fotograferen. Nee, denk ik.

Hoewel… veel mensen vergapen zich op het Scheveningse strand aan het bekende “paviljoen De Witte”. Daar mag je alleen in als je lid bent en er is natuurlijk een dress code: netjes gekleed. Geen spijkerbroek enzo. Altijd al eens willen kijken? U kunt zich bij me inschrijven hoor, wel zelf betalen. Dat wel.

Maar goed, wat kun je eten als je eenmaal binnen bent? Toast met kroket! Nouja! Als dat kan… dan kan ik mijn eten toch zeker voor jullie op de kiek zetten?

Nou nee hoor. De Witte is leuk, maar nog steeds heel chic en wat minder hip. Ze kijken al op als je een smartphone uit je tas haalt. “Kijk nou! Zij heeft geen pen meer nodig, wat handig zeg!” Oh mijn hemel…

De bevestiging begon met gedenken dat Lodewijk de 16e in 1793 onder de guillotine is gekomen. Dat heeft een liberaal-rood tintje. Natuurlijk verwacht je dan een aangepast dessert: in tweeën gehakte parfait met rode-bessensaus leek me wel toepasselijk. Moelleux au Chocolat met een vulling van verse warme aardbeiensaus. Dat als je het open snijdt, dat er figuurlijk bloed uit vloeit. Clafoutis met afgehakte lange vingers en bloedsinaasappels. Ik bedoel, we hebben het hier over verheugen, he? Dan maak je je wat voorstellingen. Bal-lo-ta-ge… MissHoefje, hoe vaak moet ik het nog zeggen!!

Nou, dat werd het niet helemaal. Maar toch was het prima te eten.

Laten we het er op houden dat Lodewijk de 16e wat witjes zag, toen hij werd onthoofd.

Op naar het volgende project. Bietjes eten bij een vriendinnetje. Zij noemde het “kroten”. Duurde een halve dag voor ik doorhad wat we gingen eten. Desalniettemin: Ook lekker. En bloederig. Zo hoort het.

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.